De Boze Man

•22 mei 2017 • 1 reactie

We zijn er weer een tegengekomen vandaag!
De Boze Man!

W en ik wandelden vandaag heerlijk relaxt over het plateau van de Waterslei, de Kollenberg en het gebied rondom de Waneberg in Zuid Limburg toen we plots een man voor ons zagen staan van een jaar of 65-70. Gekleed in zo’n kaki zijkant-zakkenbroek, kaki petje op, kleine verrekijker op de borst, grote stok in de handen én een niet aangelijnde grote herdershond bij zich.
Wij kwamen net uit de bossen en hij stond pal voor ons op het plateau. “Ah! ” zei de man, “ik dacht al dat ik iets verdachts hoorde en dat jullie weer van die lui waren.”
Dat hij ons hoorde aankomen lijkt me logisch want we liepen door het bos en meestal kraakt er dan iets onder je voeten en zo….
De man stak meteen van wal, ervan uitgaande dat wij op zijn verhaal zaten te wachten.

“Jullie weten zeker niet (aanname) dat dit hier een beschermd natuurgebied is en dat er van die mensen zijn die hier alles kapot maken!” Wij keken verbaasd naar de man. Voor alle duidellijkheid; we liepen door een openbaar, voor iedereen toegankelijk gebied.

Zijn adem ging hoog zitten, hij raakte zelfs buiten adem van boosheid. Zo maar, door te vertellen wat hij kennelijk kwijt wilde.
“Er worden hier reeën gestroopt (wist ik) en dassenburchten vernield (wist ik ook) en rotzooi achtergelaten (weet ik want gebeurt overal) en, besloot hij zijn tirade: “jullie weten zeker ook niet, nee dat weten jullie niet, dat dit hier de Ecologische Hoogstructuur is!!”

Oei, irritatiegrens was bij mij nu bereikt. De ecologische hoogstructuur, …..jaren ben ik ermee bezig geweest met wijlen Huub Bemelmans en andere prominenten van diverse natuurorganisaties en nu beweert meneer Pannenkoek stellig dat we er niets van zullen weten. Het was niet eens die irritante betweterige aannames van hem die mij het meest stoorden maar zijn boze houding met zijn zelfbenoemde maar compleet misplaatste status van natuurbeschermer. Met zijn loslopende hond!!

Ik probeerde het eerst nog op de intelligente en rustige manier: “Meneer wáárom denkt u eigenlijk dat wij hier niets van weten? Vanwaar die aanname?” Maar meneer had het te druk met zijn boosheid. Hijgend ging hij verder (steeds bozer wordend)
“Moet u eens luisteren mevrouw,” priemend met zijn stok in mijn richting. Zijn herdershond kwam ook al steeds dichterbij…
“Weet u wel wat hier allemaal gebeurt door van die lui die (en daar is ie dan eindelijk) :
HIER HELEMAAL NIETS TE ZOEKEN HEBBEN!”
“Weet u (weer priemende stok) dat wij mensen die wat hier wonen (Germanisme) foto’s maken van mensen die op bankjes zitten met datum , tijdstip en coördinaten en dat wij die op de whats-appgroep zetten met de rotzooi erbij die ze achter hebben gelaten en….

Voor mij was de grens nu bereikt! Ik kon dit niet langer aanhoren dus zei met iets meer kracht in mijn stem: “Meneer u neemt nu wel anderen de maat maar u bent zelf in overtreding met die loslopende hond van u. Die hoort aangelijnd! ”

Dat was een confrontatie die de Boze Man niet had zien aankomen. Hij hapte naar adem, werd woedend en agressief kwam hij op me af. “Ja, ja u bent nu wel erg bijdehand he? Dat kunt u wel he, bijdehand zijn?!”
Ik: “Dat is niet bijdehand maar realistisch. Loslopende honden zijn in dit gebied ongewenst, zeker in broedtijd en u overtreedt dus de wet en loopt risico zelf bekeurd te worden.”  Toen schreeuwde de zelfbenoemde natuur-opsporingsambtenaar : “Inderdaad, dat risico neem ik dan maar!!”

Kijk zo rollen dit soort types dus. Ze zitten vol argwaan en boosheid, willen het liefst het hele natuurgebied voor zich alleen, gunnen de ander niets en zien in alles en iedereen een verdachte behalve in zichzelf. Hét prototype van De Boze Man!

Ik zei tegen hem dat ik hem agressief vond en dus daarom niet langer tijd met hem wilde verspillen. “Ja ik ben agressief, heel agressief”, schreeuwde hij. W en ik draaiden ons om en liepen weg.
Hij riep me nog na: “weet je dat hier pas nog een dode is gevonden!!” Jammer dat jij het niet was, wilde ik terugroepen maar hield maar m’n mond. Mensen die andere, voor hen volstrekt vreemde mensen die op een bankje zitten te genieten, stiekem fotograferen en als verdachten online zetten zijn tot alles in staat. Geef ze laarzen en ze marcheren weer, was wel mijn gedachte. Wat een treurigheid.  

De multi-dimensionaliteit van verdriet

•12 april 2017 • Geef een reactie

april 2017

Als je iets verdrietigs meemaakt waardoor je moet huilen, is de kans groot dat het verdriet dat je op dat moment ervaart niet alleen te maken heeft met het actuele feit, maar met eerdere opgedane ervaringen.
Misschien heb je dit zelf ook al eens ervaren, op een begrafenis bijvoorbeeld van een kennis of collega waar je emotioneel gezien niet eens zo héél dichtbij stond maar op wiens begrafenis je hartstochtelijk moest huilen. Die begrafenis is dan de katalysator die meerdere lagen van eerder opgedaan verdriet ontsteekt of opnieuw opwekt.
Een heel duidelijk voorbeeld hiervan was de reactie van onze vroegere huishoudster op de dood van haar man. Ze huilde onophoudelijk, zeer hartstochtelijk, de hele dag onafgebroken. Een van de aanwezige gasten concludeerde daaruit hardop dat hij  “wel haar grote liefde moest zijn geweest,” waarop zij enigszins fel reageerde dat dit niet het geval was.  Om vervolgens ontroostbaar verder te gaan met huilen.
Wat ik echter meende te zien, (ik was waarschijnlijk de enige in het gezelschap met kennis van wat haar in het verleden was overkomen) was haar onuitsprekelijk en onverwerkt verdriet van vroeger. Ze was als jonge vrouw gevlucht uit het bezette voormalige Tsjechoslowakije nadat Russische soldaten haar vader voor haar ogen hadden doodgeschoten en vervolgens haarzelf, haar zus en haar moeder hadden verkracht. Eenmaal in Nederland was ze min of meer uit dankbaarheid getrouwd met de man die zich als eerste over haar ontfermde en die nu dus overleden was.
Ik zag haar verdriet, haar oud en nieuw verdriet; het multi-dimensionele ervan.

De kou en de dood

•4 december 2016 • 1 reactie

Vijf jaar geleden was ik in het noorden van Lapland om daar een trektocht te maken van hut naar hut met een eigen roedel sledehonden. Het was er erg koud. Overdag rond de -35 graden en in de ochtend en tegen de avond -40.
Staand op de slede, glijdend over veel open vlaktes met felle wind was het qua gevoelswaarde nog kouder. Daar moest ik vanochtend aan denken tijdens een korte wandeling. Niet dat het weer net zo koud was natuurlijk. Temperaturen van -40 graden worden in Nederland (gelukkig) niet eens behaald.

Wat kou met je doet
Waarom ik vanochtend dan toch aan deze gebeurtenis moest denken komt doordat er iets heel bijzonders aan de hand was. Tijdens de urenlange tocht over de bevroren meren van noord Lapland kwam de gedachte aan de dood sterk bij me op. Niet alleen bij mij zo bleek achteraf maar bij alle vier de deelnemers.

Het is lastig te verklaren wat er precies gebeurde maar door de extreme weersomstandigheden voelde ik heel duidelijk de nietigheid en kwetsbaarheid van mezelf. Vergeleken bij de enorme krachten van de natuur is de mens maar een nietig, broos wezentje. Je beseft tijdens zo’n rit heel duidelijk hoe kwetsbaar je bent.
Ik dacht niet alleen hoe gevaarlijk het er eigenlijk was maar het leek alsof er een soort aangeboren ‘angst’ voor extreme kou in mijn hersenen zat. Eenmaal aangekomen bij de trekkershut bleek dat we alle vier, onafhankelijk van elkaar, sterk aan de dood hadden gedacht tijdens deze barre tocht die dag!

Oerbrein
Natuurlijk werden onze gedachten ook beïnvloed door de instructies vooraf door onze begeleider. Hij waarschuwde ons nadrukkelijk goed op te letten niet te vallen, niet de slede los te laten en af en toe op de slede te steppen zodat je een beetje in beweging bleef. Bij een calamiteit kon hij via zijn satelliettelefoon een helikopter laten komen maar voordat deze zou arriveren was je in het ongunstigste geval al doodgevroren. Ondanks deze feiten spraken we allemaal toch meer over een soort onverklaarbaar ‘gevoel’ betreffende de dood dan over gedachten aan de dood.
Eenmaal thuis heb ik er wat literatuur op nageslagen en volgens de deskundigen bevat ons brein een soort aangeboren angst voor extreme kou omdat dit voor elk zoogdier tot de dood kan leiden. Die ‘oerangst’ zit dus nog altijd in ons brein anno 21-ste eeuw zoals ook andere ‘oerangsten’ bijvoorbeeld de angst om verstoten te worden. Dat verklaart ook het blije, gelukzalige gevoel als je vanuit de kou in een warm huis binnenstapt. Weg van het gevaar, terug in de warme veilige grot

Medicijnenmaffia

•14 april 2015 • Geef een reactie

Ik geef het toe: de titel ‘medicijnenmaffia’ is allesbehalve origineel. Maar hij geeft wel feilloos aan hoe ik erover denk. Ik kan me vreselijk boos maken om deze farmaceutische maffiawereld maar misschien is dat nou net de bedoeling want het is erg ongezond om je te ergeren en dan heb je weer medicijnen nodig enz….
Wat is er gebeurd? Ik krijg een rekening voor een medicijn. In totaal bijna 20 € maar waar ik me aan erger is dat er 6,46 € van dit bedrag in rekening wordt gebracht voor een zogenaamd “adviesgesprek” door de apothekersassistente bij uitgifte van het medicijn.
Je voelt hem al aankomen….dat gesprek heeft nooit plaatsgevonden. Het enige dat er tegen me gezegd werd was: “wee kin ich helpe?” (vertaald: wie kan ik helpen?) en na het afgeven van het recept en na héél lang wachten: ‘driej moal daags inbrenge” (vertaald: drie keer per dag inbrengen)

Dat is alles behalve een adviesgesprek aangezien het hier ook nog eens een medicijn betrof dat in de neus ingebracht moest worden en dát had de assistente er niet bijgezegd laat staan dat ze vroeg naar ander medicijngebruik en of ik ergens allergisch voor ben. Dus: zonder mijn fijne en deskundige huisarts die mij dit medicijn had voorgeschreven en die mij had gevraagd of ik ergens allergisch voor was of andere medicijnen slikte op dat moment én die erbij had verteld: ‘drie keer per dag in de neus inbrengen’ had ik als niet-voorgelichte, ondeskundige, volledig ontoerekeningsvatbare domme patiënt dit medicijn ongetwijfeld in mijn achterwerk gespoten!! Of nog erger: in de overige lichaamsopeningen!!
Je leest het goed: ik ben pissig (maar daar was het medicijn niet voor).
Uiteraard ga ik meteen na het ontvangen van de factuur op zoek naar verdere onderbouwing van deze afpersingspoging en dus tref ik op de site van Salland Zorgdirect de uitleg aan dat het medicijn echt niet duurder wordt door de kosten van dit ‘adviesgesprek’. Nee, dom onwetend patiëntje; hoe kom je er bij! Het medicijn kost gewoon 20 euro en die kosten zijn nu alleen maar opgesplitst zodat wij domme onwetende afhankelijke patiëntjes ook daadwerkelijk kunnen zien waar al die dure centjes die wij kosten aan worden besteed!

Mooi dus niet! Even googlen leverde het inzicht op dat mijn medicijn 11,16 € kost. Op internet zo te bestellen voor die prijs. De door de apotheek in rekening gebrachte kosten bevatten dus wel degelijk 6,46 € voor een adviesgesprek waar nog geen ‘goedemorgen mevrouw’ in besloten lag.
Ik ben er wel echt helemaal klaar mee met die medicijnenmaffia! Ik betaal dat onderdeel dus ook niet, niet vanwege de kosten maar het principe. De apotheek in m’n dorp heeft het zelf hiermee verprutst; ik bestel de volgende keer het medicijn gewoon op internet. Dan krijg ik in ieder geval nog die ‘goedemorgen mevrouw’ van de postbode!

Zorgvuldige pers is bittere noodzaak

•3 januari 2014 • Geef een reactie

Op social media zoals Twitter wordt al sinds 31 december druk getweet over een artikel in Dagblad de Limburger en het Limburgs Dagblad van een zekere Dautzenberg die schrijver, dichter en letterkundige Wiel Kusters beschadigt met gelogen citaten. Om een lang verhaal kort te maken: Kusters accepteert dit niet en haalt verhaal bij de hoofdredactie die op haar beurt bij monde van Han Brinkman laat weten het gebeuren als een soort literaire vrijheid te zien. Fictie en feiten mogen in een opiniebijdrage of literaire bijdrage gerust door elkaar lopen aldus Brinkman die ook nog vindt dat de lezer wel in staat is beiden van elkaar te onderscheiden.

Daar doet zich (bij mij althans) al het eerste probleem voor: Dautzenberg ken ik niet, evenmin zijn publicaties (maar ik geloof dat ik daar niet erg rouwig om moet zijn); Kusters ken ik wel maar het gewraakte boek: ‘In en onder het dorp’ heb ik (nog) niet gelezen. Dus: hoe zou ik in hemelsnaam als lezer van de krant het verschil moeten kunnen zien tussen de uitspraken van Dautzenberg en hetgeen er werkelijk in het boek van Kusters staat? Wat is fictie en wat zijn de feiten?
De hoofdredactie gaat er gemakshalve van uit dat óf de lezers allemaal het boek van Kusters gaan of hebben gelezen óf indien dit niet het geval is, men het amusant vindt, weet te waarderen dat er volstrekte onzin in een artikel wordt verteld waarbij karaktermoord wordt gepleegd op een bekende Limburgse schrijver.

Gebrek aan lef
De reacties van de hoofdredactie die na aandringen van Kusters zelf in de krant verschenen getuigen niet erg van lef. Zie ook het blog van Wiel Kusters Dan kan je natuurlijk als krant verwachten dat je de hoon over je heen krijgt, zeker als je zelf via een naar mijn smaak te zwaar ingezette slogan: “Stop de moord op het Limburgse woord” draagvlak onder je lezers probeert te krijgen voor behoud van de krant. Van de ene kant steun vragen bij je lezers en van de andere kant die lezer niet serieus nemen door nonchalant de schouders op te halen als hij door een vals artikel volstrekt op het verkeerde been wordt gezet.
Het is niet de eerste keer dat de hoofdredactie laat zien gebrek aan durf en lef te hebben. Zo was er in december 2011 een Sittardse wethouder die met wat drank te veel op een minikerstboompje uit een kroeg aan de Markt wilde naar huis wilde nemen. De kroegbaas was daar niet van gediend en volgens de geruchten ontstond er een forse woordenwisseling of erger. Journalist Laurens Schellen werd ervan op de hoogte gebracht en deze schreef er een artikel over dat klaar stond om gepubliceerd te worden. Echter onder druk van buitenaf (wie dat was laat ik maar even in het midden) is het artikel niet gepubliceerd en betreffende journalist werd te kennen gegeven dat hij hierover vooral zijn mond moest houden hetgeen ook gebeurde. Waarom is dit kwalijk? Niet vanwege het gedrag van die wethouder, daar gaat uiteindelijk de gemeenteraad over. De man had wellicht na het aanbieden van zijn excuus clementie gekregen. Maar het kwalijke is dat de vrije pers zo vrij kennelijk niet is en men zich laat manipuleren.

Onzorgvuldig
Het hele voorval van publicatie van Dautzenbergs artikel toont ook gebrek aan zorgvuldigheid. Ik heb dit zelf ook ervaren bij publicatie van een opinie van mijn hand over het ‘gedoe’ bij GroenLinks. Ongevraagd werd er iets aan toegevoegd dat een andere klank of betekenis gaf aan het geheel! Waar ook nu de hoofdredactie aan voorbij gaat is de macht van de krant en het effect van imagoschade. Er wordt hier veel te gemakkelijk over gedacht onder het mom van: ‘de dag erna wordt de vis ermee ingepakt’. Valse beschuldigingen en onjuiste weergaven van de feiten kunnen een persoon of bedrijf zoveel schade berokkenen dat men er jaren last van heeft of er nooit van loskomt. Daarom betreur ik het eveneens dat de vroegere  goede gewoonte om onder ingezonden brieven met onjuiste beweringen een naschrift van de redactie te plaatsen, is afgeschaft. Als je je naam en adres er maar onder zet kan je onder het mom van vrije meningsuiting een ander van van alles en nog wat beschuldigen ongeacht of het juist is of niet.
Natuurlijk handelen niet alle individuele journalisten onzorgvuldig of hebben ze een gebrek aan lef. Gelukkig zijn er ook die het tegenovergestelde tonen, ook die ervaring heb ik. Maar ook zij handelen onder verantwoordelijkheid van de hoofdredactie en wanneer deze, zoals in geval van de publicatie van Dautzenbergs artikel, een laakbare houding aanneemt en geen zelfreinigend vermogen toont hebben niet alleen de lezers maar ook de goede journalisten daar onder te lijden en daarmee de hele krant.

Zorg in Nederland

•6 november 2013 • Geef een reactie

Mijn vader van 83 is met zijn vrouw van 70 volledig verzekerd voor ziektekosten, aanvullende zaken en hulp aan huis ingeval van noodzaak voor verpleging en of revalidatie. Ondanks dat ze dus een significant deel van hun inkomen aan maandelijkse premie betalen, pakt de praktijk anders uit.

Deze week is zijn vrouw geopereerd; ze heeft een nieuwe knie gekregen. Ze moet vier tot vijf dagen in het ziekenhuis blijven en daarna nog weken revalideren thuis. Bij de intake bleek al snel dat ze beiden niet op hulp in de huishouding of bij de ondersteuning van de patiënt hoefde te rekenen. Dit omdat mijn vader zichzelf kan aan- en uitkleden. Dit is kennelijk de maatstaf waarmee bepaald wordt dat hij ook zijn vrouw kan verzorgen. Nu is mijn vader gelukkig nog een hele vitale man en hij verzorgt zijn vrouw met alle liefde en plezier. Hij lijkt er zelfs een beetje trots op dat hij de ‘norm’ van hulpbehoevend niet heeft gehaald. So far so good, al kan je natuurlijk wel vraagtekens zetten bij het nut van al die verzekeringen als je in de praktijk er (nog) geen recht op hebt.
Het ziekenhuis heeft mijn vader schriftelijk allerlei instructie en informatiemateriaal gegeven waarin de taken van de coach (dat is hij nu) staan omschreven. Daarin staat ook vermeld dat de coach in het ziekenhuis samen met de patiënt mag eten. Geen overbodige luxe als je van 9 tot 18 uur aan het bed zit van je geliefde en haar helpt met wassen, de toiletgang en alle andere taken die een pas geopereerde patiënt nodig heeft. Mijn vader verwachtte dan ook, dat precies zoals in de instructie omschreven stond, hij samen met zijn vrouw iets te eten kreeg toen de maaltijden werden rondgebracht. Maar helaas. Een beetje beschaamd liet de verpleegkundige weten dat die regel pas inging op de tweede dag van het ziekenhuisverblijf van zijn partner. Hij is dus maar even naar beneden gegaan om zelf een broodje te kopen…….

Wachtgeldregeling

•10 oktober 2013 • Geef een reactie

Er is flinke commotie ontstaan nadat bekend werd dat een gemeenteraadslid van de PvdA geld van de daklozenkrant achterover had gedrukt, vervolgens nadat dit bekend werd zelf uit de raad is gestapt en nu gebruikmaakt van zijn wachtgeldregeling. Hij heeft tevens laten weten zijn wachtgeld te willen inzetten als terugbetaling aan de daklozenkrant om strafvervolging te voorkomen. Vrijwel tegelijkertijd werd bekend dat burgemeester Rehwinkel (eveneens PvdA) van Groningen ontslag heeft genomen om vrijwilligerswerk te gaan doen in Barcelona waar hij dan weer zijn wachtgeld voor wil gebruiken. Terechte commotie omdat in beide voorbeelden het wachtgeld niet wordt gebruikt waarvoor het bedoeld is.

Wie krijgt  wachtgeld en hoeveel?
Op dit moment hebben raadsleden, Statenleden, wethouders en burgemeesters recht op wachtgeld. Voor raadsleden en Statenleden geldt overigens niet dat ze dat ook allemaal krijgen. Dat bepaalt een gemeente zelf. De meeste raadsleden krijgen geen wachtgeld. Een enkele uitzondering wordt gemaakt in grote steden. Maar ook dat gaat veranderen. Minister Plasterk heeft bepaald dat na de gemeenteraadsverkiezingen  van maart 2014 geen enkel raadslid meer recht heeft op wachtgeld en na de Provinciale Statenverkiezingen in 2015 ook geen enkel Statenlid meer. De gedachte hierachter is dat het raadswerk en Statenwerk een nevenfunctie is die je vervult naast een gewone baan. Lokale en provinciale volksvertegenwoordigers moeten immers ook met beide benen in het maatschappelijk leven staan en ze moeten zich niet bijna fulltime op het stadhuis bevinden.

Voor burgemeesters en wethouders ligt het anders. Zij zijn doorgaans fulltime in dienst. Ze hebben dan ook recht op wachtgeld zoals de gemiddelde werknemer recht heeft op WW. Burgemeesters en wethouders krijgen wachtgeld op grond van de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Appa). Soms wordt dit ook wel appa-uitkering genoemd.
De bestuurders krijgen minimaal 2 jaar en maximaal 3 jaar en 2 maanden een uitkering. Het eerste jaar bedraagt dit 80 % van het laatst genoten salaris en het tweede en derde jaar 70% en er geldt een sollicitatieplicht. Vindt de bestuurder een baan, dan wordt het wachtgeld hierop gekort of (al naar gelang de hoogte van het salaris) volledig stopgezet.

Reden voor ontslag
In de Appa is vastgelegd dat de reden voor ontslag niet relevant is voor het krijgen van een uitkering. Hier valt veel voor te zeggen. Een wethouder heeft geen enkele baangarantie. Je krijgt geen contract, niet eens een flexcontract en je baantje kan na een maand alweer voorbij zijn. Een wethouder kan geconfronteerd worden met een politiek conflict waar hij/zij part noch deel aan heeft. Bijvoorbeeld als er ambtelijk een grove fout is gemaakt of als een collega wethouder een scheve schaats rijdt en in zijn val het hele college meesleurt. Of als de meerderheid van de gemeenteraad iets wil wat tegen de aller diepste principes van de wethouder in gaat. Het wordt als nobel beschouwd als een wethouder dan aftreedt (de eer aan zichzelf houdt) en we zeggen dan dat de wethouder zijn politieke consequenties trekt. Een college kan zo maar vallen, zelfs kort nadat het is aangetreden. We zien dan ook in toenemende mate dat wethouders hun ambtstermijn van de beoogde vier jaar steeds vaker niet weten te volbrengen.

Rechtvaardig
Stel nu dat er geen wachtgeldregeling bestond en dat je gevraagd wordt om wethouder te worden terwijl je bijvoorbeeld directeur van een basisschool bent. Je moet je baan opgeven om als wethouder aan de slag te gaan. Wie zou dat risico nemen als er geen wachtgeldregeling zou bestaan? Stel dat je na een half jaar je ontslag krijgt omdat het college is gevallen. Dan ben je dus én je baan als directeur én je baan als wethouder kwijt zonder dat daar een financiële vergoeding tegenover staat. Dat zou tot gevolg hebben dat geen zinnig mens met werk ervoor zou kiezen om de publieke zaak te gaan dienen!

Opportunisme
Een ander nadeel van het ontbreken van een wachtgeldregeling zou zijn dat het openbaar bestuurdersambt te zeer een garantie op werk en inkomen wordt en daarin schuilt het gevaar dat de bestuurder er alles aan zal doen om het baantje te behouden. Dat werkt opportunisme, chantage en gevaar voor omkoping in de hand. Immers niet de idealen en het algemeen belang is dan voor de bestuurder de drive om bepaalde keuzes te maken maar het naar de zin maken van de groep mensen die hem/haar de meeste stemmen oplevert en hem daarmee een garantie op zijn baantje leveren.
Een fatsoenlijke wachtgeldregeling is dus voor de kwaliteit van de democratie noodzakelijk en daarnaast is het ook volstrekt eerlijk t.o.v. de mensen die zich gaan inzetten voor de publieke zaak als bestuurder.