Medicijnenmaffia

•14 april 2015 • Geef een reactie

Ik geef het toe: de titel ‘medicijnenmaffia’ is allesbehalve origineel. Maar hij geeft wel feilloos aan hoe ik erover denk. Ik kan me vreselijk boos maken om deze farmaceutische maffiawereld maar misschien is dat nou net de bedoeling want het is erg ongezond om je te ergeren en dan heb je weer medicijnen nodig enz….
Wat is er gebeurd? Ik krijg een rekening voor een medicijn. In totaal bijna 20 € maar waar ik me aan erger is dat er 6,46 € van dit bedrag in rekening wordt gebracht voor een zogenaamd “adviesgesprek” door de apothekersassistente bij uitgifte van het medicijn.
Je voelt hem al aankomen….dat gesprek heeft nooit plaatsgevonden. Het enige dat er tegen me gezegd werd was: “wee kin ich helpe?” (vertaald: wie kan ik helpen?) en na het afgeven van het recept en na héél lang wachten: ‘driej moal daags inbrenge” (vertaald: drie keer per dag inbrengen)

Dat is alles behalve een adviesgesprek aangezien het hier ook nog eens een medicijn betrof dat in de neus ingebracht moest worden en dát had de assistente er niet bijgezegd laat staan dat ze vroeg naar ander medicijngebruik en of ik ergens allergisch voor ben. Dus: zonder mijn fijne en deskundige huisarts die mij dit medicijn had voorgeschreven en die mij had gevraagd of ik ergens allergisch voor was of andere medicijnen slikte op dat moment én die erbij had verteld: ‘drie keer per dag in de neus inbrengen’ had ik als niet-voorgelichte, ondeskundige, volledig ontoerekeningsvatbare domme patiënt dit medicijn ongetwijfeld in mijn achterwerk gespoten!! Of nog erger: in de overige lichaamsopeningen!!
Je leest het goed: ik ben pissig (maar daar was het medicijn niet voor).
Uiteraard ga ik meteen na het ontvangen van de factuur op zoek naar verdere onderbouwing van deze afpersingspoging en dus tref ik op de site van Salland Zorgdirect de uitleg aan dat het medicijn echt niet duurder wordt door de kosten van dit ‘adviesgesprek’. Nee, dom onwetend patiëntje; hoe kom je er bij! Het medicijn kost gewoon 20 euro en die kosten zijn nu alleen maar opgesplitst zodat wij domme onwetende afhankelijke patiëntjes ook daadwerkelijk kunnen zien waar al die dure centjes die wij kosten aan worden besteed!

Mooi dus niet! Even googlen leverde het inzicht op dat mijn medicijn 11,16 € kost. Op internet zo te bestellen voor die prijs. De door de apotheek in rekening gebrachte kosten bevatten dus wel degelijk 6,46 € voor een adviesgesprek waar nog geen ‘goedemorgen mevrouw’ in besloten lag.
Ik ben er wel echt helemaal klaar mee met die medicijnenmaffia! Ik betaal dat onderdeel dus ook niet, niet vanwege de kosten maar het principe. De apotheek in m’n dorp heeft het zelf hiermee verprutst; ik bestel de volgende keer het medicijn gewoon op internet. Dan krijg ik in ieder geval nog die ‘goedemorgen mevrouw’ van de postbode!

Zorgvuldige pers is bittere noodzaak

•3 januari 2014 • Geef een reactie

Op social media zoals Twitter wordt al sinds 31 december druk getweet over een artikel in Dagblad de Limburger en het Limburgs Dagblad van een zekere Dautzenberg die schrijver, dichter en letterkundige Wiel Kusters beschadigt met gelogen citaten. Om een lang verhaal kort te maken: Kusters accepteert dit niet en haalt verhaal bij de hoofdredactie die op haar beurt bij monde van Han Brinkman laat weten het gebeuren als een soort literaire vrijheid te zien. Fictie en feiten mogen in een opiniebijdrage of literaire bijdrage gerust door elkaar lopen aldus Brinkman die ook nog vindt dat de lezer wel in staat is beiden van elkaar te onderscheiden.

Daar doet zich (bij mij althans) al het eerste probleem voor: Dautzenberg ken ik niet, evenmin zijn publicaties (maar ik geloof dat ik daar niet erg rouwig om moet zijn); Kusters ken ik wel maar het gewraakte boek: ‘In en onder het dorp’ heb ik (nog) niet gelezen. Dus: hoe zou ik in hemelsnaam als lezer van de krant het verschil moeten kunnen zien tussen de uitspraken van Dautzenberg en hetgeen er werkelijk in het boek van Kusters staat? Wat is fictie en wat zijn de feiten?
De hoofdredactie gaat er gemakshalve van uit dat óf de lezers allemaal het boek van Kusters gaan of hebben gelezen óf indien dit niet het geval is, men het amusant vindt, weet te waarderen dat er volstrekte onzin in een artikel wordt verteld waarbij karaktermoord wordt gepleegd op een bekende Limburgse schrijver.

Gebrek aan lef
De reacties van de hoofdredactie die na aandringen van Kusters zelf in de krant verschenen getuigen niet erg van lef. Zie ook het blog van Wiel Kusters Dan kan je natuurlijk als krant verwachten dat je de hoon over je heen krijgt, zeker als je zelf via een naar mijn smaak te zwaar ingezette slogan: “Stop de moord op het Limburgse woord” draagvlak onder je lezers probeert te krijgen voor behoud van de krant. Van de ene kant steun vragen bij je lezers en van de andere kant die lezer niet serieus nemen door nonchalant de schouders op te halen als hij door een vals artikel volstrekt op het verkeerde been wordt gezet.
Het is niet de eerste keer dat de hoofdredactie laat zien gebrek aan durf en lef te hebben. Zo was er in december 2011 een Sittardse wethouder die met wat drank te veel op een minikerstboompje uit een kroeg aan de Markt wilde naar huis wilde nemen. De kroegbaas was daar niet van gediend en volgens de geruchten ontstond er een forse woordenwisseling of erger. Journalist Laurens Schellen werd ervan op de hoogte gebracht en deze schreef er een artikel over dat klaar stond om gepubliceerd te worden. Echter onder druk van buitenaf (wie dat was laat ik maar even in het midden) is het artikel niet gepubliceerd en betreffende journalist werd te kennen gegeven dat hij hierover vooral zijn mond moest houden hetgeen ook gebeurde. Waarom is dit kwalijk? Niet vanwege het gedrag van die wethouder, daar gaat uiteindelijk de gemeenteraad over. De man had wellicht na het aanbieden van zijn excuus clementie gekregen. Maar het kwalijke is dat de vrije pers zo vrij kennelijk niet is en men zich laat manipuleren.

Onzorgvuldig
Het hele voorval van publicatie van Dautzenbergs artikel toont ook gebrek aan zorgvuldigheid. Ik heb dit zelf ook ervaren bij publicatie van een opinie van mijn hand over het ‘gedoe’ bij GroenLinks. Ongevraagd werd er iets aan toegevoegd dat een andere klank of betekenis gaf aan het geheel! Waar ook nu de hoofdredactie aan voorbij gaat is de macht van de krant en het effect van imagoschade. Er wordt hier veel te gemakkelijk over gedacht onder het mom van: ‘de dag erna wordt de vis ermee ingepakt’. Valse beschuldigingen en onjuiste weergaven van de feiten kunnen een persoon of bedrijf zoveel schade berokkenen dat men er jaren last van heeft of er nooit van loskomt. Daarom betreur ik het eveneens dat de vroegere  goede gewoonte om onder ingezonden brieven met onjuiste beweringen een naschrift van de redactie te plaatsen, is afgeschaft. Als je je naam en adres er maar onder zet kan je onder het mom van vrije meningsuiting een ander van van alles en nog wat beschuldigen ongeacht of het juist is of niet.
Natuurlijk handelen niet alle individuele journalisten onzorgvuldig of hebben ze een gebrek aan lef. Gelukkig zijn er ook die het tegenovergestelde tonen, ook die ervaring heb ik. Maar ook zij handelen onder verantwoordelijkheid van de hoofdredactie en wanneer deze, zoals in geval van de publicatie van Dautzenbergs artikel, een laakbare houding aanneemt en geen zelfreinigend vermogen toont hebben niet alleen de lezers maar ook de goede journalisten daar onder te lijden en daarmee de hele krant.

Zorg in Nederland

•6 november 2013 • Geef een reactie

Mijn vader van 83 is met zijn vrouw van 70 volledig verzekerd voor ziektekosten, aanvullende zaken en hulp aan huis ingeval van noodzaak voor verpleging en of revalidatie. Ondanks dat ze dus een significant deel van hun inkomen aan maandelijkse premie betalen, pakt de praktijk anders uit.

Deze week is zijn vrouw geopereerd; ze heeft een nieuwe knie gekregen. Ze moet vier tot vijf dagen in het ziekenhuis blijven en daarna nog weken revalideren thuis. Bij de intake bleek al snel dat ze beiden niet op hulp in de huishouding of bij de ondersteuning van de patiënt hoefde te rekenen. Dit omdat mijn vader zichzelf kan aan- en uitkleden. Dit is kennelijk de maatstaf waarmee bepaald wordt dat hij ook zijn vrouw kan verzorgen. Nu is mijn vader gelukkig nog een hele vitale man en hij verzorgt zijn vrouw met alle liefde en plezier. Hij lijkt er zelfs een beetje trots op dat hij de ‘norm’ van hulpbehoevend niet heeft gehaald. So far so good, al kan je natuurlijk wel vraagtekens zetten bij het nut van al die verzekeringen als je in de praktijk er (nog) geen recht op hebt.
Het ziekenhuis heeft mijn vader schriftelijk allerlei instructie en informatiemateriaal gegeven waarin de taken van de coach (dat is hij nu) staan omschreven. Daarin staat ook vermeld dat de coach in het ziekenhuis samen met de patiënt mag eten. Geen overbodige luxe als je van 9 tot 18 uur aan het bed zit van je geliefde en haar helpt met wassen, de toiletgang en alle andere taken die een pas geopereerde patiënt nodig heeft. Mijn vader verwachtte dan ook, dat precies zoals in de instructie omschreven stond, hij samen met zijn vrouw iets te eten kreeg toen de maaltijden werden rondgebracht. Maar helaas. Een beetje beschaamd liet de verpleegkundige weten dat die regel pas inging op de tweede dag van het ziekenhuisverblijf van zijn partner. Hij is dus maar even naar beneden gegaan om zelf een broodje te kopen…….

Wachtgeldregeling

•10 oktober 2013 • Geef een reactie

Er is flinke commotie ontstaan nadat bekend werd dat een gemeenteraadslid van de PvdA geld van de daklozenkrant achterover had gedrukt, vervolgens nadat dit bekend werd zelf uit de raad is gestapt en nu gebruikmaakt van zijn wachtgeldregeling. Hij heeft tevens laten weten zijn wachtgeld te willen inzetten als terugbetaling aan de daklozenkrant om strafvervolging te voorkomen. Vrijwel tegelijkertijd werd bekend dat burgemeester Rehwinkel (eveneens PvdA) van Groningen ontslag heeft genomen om vrijwilligerswerk te gaan doen in Barcelona waar hij dan weer zijn wachtgeld voor wil gebruiken. Terechte commotie omdat in beide voorbeelden het wachtgeld niet wordt gebruikt waarvoor het bedoeld is.

Wie krijgt  wachtgeld en hoeveel?
Op dit moment hebben raadsleden, Statenleden, wethouders en burgemeesters recht op wachtgeld. Voor raadsleden en Statenleden geldt overigens niet dat ze dat ook allemaal krijgen. Dat bepaalt een gemeente zelf. De meeste raadsleden krijgen geen wachtgeld. Een enkele uitzondering wordt gemaakt in grote steden. Maar ook dat gaat veranderen. Minister Plasterk heeft bepaald dat na de gemeenteraadsverkiezingen  van maart 2014 geen enkel raadslid meer recht heeft op wachtgeld en na de Provinciale Statenverkiezingen in 2015 ook geen enkel Statenlid meer. De gedachte hierachter is dat het raadswerk en Statenwerk een nevenfunctie is die je vervult naast een gewone baan. Lokale en provinciale volksvertegenwoordigers moeten immers ook met beide benen in het maatschappelijk leven staan en ze moeten zich niet bijna fulltime op het stadhuis bevinden.

Voor burgemeesters en wethouders ligt het anders. Zij zijn doorgaans fulltime in dienst. Ze hebben dan ook recht op wachtgeld zoals de gemiddelde werknemer recht heeft op WW. Burgemeesters en wethouders krijgen wachtgeld op grond van de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Appa). Soms wordt dit ook wel appa-uitkering genoemd.
De bestuurders krijgen minimaal 2 jaar en maximaal 3 jaar en 2 maanden een uitkering. Het eerste jaar bedraagt dit 80 % van het laatst genoten salaris en het tweede en derde jaar 70% en er geldt een sollicitatieplicht. Vindt de bestuurder een baan, dan wordt het wachtgeld hierop gekort of (al naar gelang de hoogte van het salaris) volledig stopgezet.

Reden voor ontslag
In de Appa is vastgelegd dat de reden voor ontslag niet relevant is voor het krijgen van een uitkering. Hier valt veel voor te zeggen. Een wethouder heeft geen enkele baangarantie. Je krijgt geen contract, niet eens een flexcontract en je baantje kan na een maand alweer voorbij zijn. Een wethouder kan geconfronteerd worden met een politiek conflict waar hij/zij part noch deel aan heeft. Bijvoorbeeld als er ambtelijk een grove fout is gemaakt of als een collega wethouder een scheve schaats rijdt en in zijn val het hele college meesleurt. Of als de meerderheid van de gemeenteraad iets wil wat tegen de aller diepste principes van de wethouder in gaat. Het wordt als nobel beschouwd als een wethouder dan aftreedt (de eer aan zichzelf houdt) en we zeggen dan dat de wethouder zijn politieke consequenties trekt. Een college kan zo maar vallen, zelfs kort nadat het is aangetreden. We zien dan ook in toenemende mate dat wethouders hun ambtstermijn van de beoogde vier jaar steeds vaker niet weten te volbrengen.

Rechtvaardig
Stel nu dat er geen wachtgeldregeling bestond en dat je gevraagd wordt om wethouder te worden terwijl je bijvoorbeeld directeur van een basisschool bent. Je moet je baan opgeven om als wethouder aan de slag te gaan. Wie zou dat risico nemen als er geen wachtgeldregeling zou bestaan? Stel dat je na een half jaar je ontslag krijgt omdat het college is gevallen. Dan ben je dus én je baan als directeur én je baan als wethouder kwijt zonder dat daar een financiële vergoeding tegenover staat. Dat zou tot gevolg hebben dat geen zinnig mens met werk ervoor zou kiezen om de publieke zaak te gaan dienen!

Opportunisme
Een ander nadeel van het ontbreken van een wachtgeldregeling zou zijn dat het openbaar bestuurdersambt te zeer een garantie op werk en inkomen wordt en daarin schuilt het gevaar dat de bestuurder er alles aan zal doen om het baantje te behouden. Dat werkt opportunisme, chantage en gevaar voor omkoping in de hand. Immers niet de idealen en het algemeen belang is dan voor de bestuurder de drive om bepaalde keuzes te maken maar het naar de zin maken van de groep mensen die hem/haar de meeste stemmen oplevert en hem daarmee een garantie op zijn baantje leveren.
Een fatsoenlijke wachtgeldregeling is dus voor de kwaliteit van de democratie noodzakelijk en daarnaast is het ook volstrekt eerlijk t.o.v. de mensen die zich gaan inzetten voor de publieke zaak als bestuurder.

Laat verantwoordelijkheid waar hij hoort

•4 april 2013 • Geef een reactie

Hoe moeilijk het soms ook is, je kan een ander nooit verantwoordelijk stellen voor de dingen die jij zelf doet. Ook al doe je iets in een emotionele toestand. Zaterdag 30 maart jl. kwam ik met een interview in Dagblad de Limburger waarin ik uitleg waarom je de ander niet verantwoordelijk mag houden voor een pijnlijke beslissing bij de een. De aanleiding van dit gesprek was de tragische zelfgekozen dood van een wethouder uit Meerssen.

Publicatie 30-3 2013 Dagblad de Limburger

Publicatie 30-3 2013 Dagblad de Limburger

Geen geld maar hulp

•2 april 2013 • Geef een reactie

Hartverscheurende beelden zijn weer de huiskamer binnengedrongen. De ellende in Syrië is bijna niet te bevatten en daar is giro 555 weer…. De oproep om geld te geven om die arme mensen te helpen doet een beroep op onze menselijkheid, je geweten, je schuldgevoel – “Nietsdoen is geen keuze!” –

Leest u hier twijfel over het geven van geld voor humanitaire doelen? Ja dat leest u dan goed.
Wie ooit in een ontwikkelingsland is geweest (ik ben dat) kan met eigen ogen zien hoe weinig met dit geld wordt gedaan voor de mensen voor wie het bedoeld is. Zelfs zoiets simpels als het sturen van tweedehands kleding leidt tot uitbuiting van de arme bevolking. De slimme en meedogenloze handelaren verdienen er een aardige cent aan. Ik heb menig Hema-truitje en C&A blouse in Bangladesh en Pakistan ter verkoop zien liggen. Voor een prijs die onbetaalbaar was voor de lokalo’s.

Inmiddels weten we ook uit onderzoeken dat van elke euro die geschonken wordt er maar een dubbeltje of minder terechtkomt bij hen die het nodig hebben. De rest blijft aan de bekende strijkstok hangen.
Nu zeggen velen dat zelfs dat dubbeltje de moeite waard is om te geven en dat we die verliezen maar op de koop toe moeten nemen. Daar valt iets voor te zeggen, ware het niet dat het nadelig effect van gelddonaties volgens mij groter is dan het gering positief effect. Geld doneren sust het geweten, zeker bij politici. Als er eenmaal een geldbedrag wordt gedoneerd hoef je verder niets meer te verwachten. Het kabinet is niet eens bereid een aantal vluchtelingen uit Syrië op te nemen terwijl dat de juiste hulp zou zijn.

Als ik het voor het zeggen had zou ik al die miljoenen die nu vrijgemaakt worden om aan de hulporganisaties aldaar te geven besteden aan het volgende: stuur een aantal vliegtuigen naar Syrië, haal vrouwen en kinderen tot en met 15 jaar op en laat ze hier in Nederland op adem komen. Spreek van te voren af, dat dat ook de insteek is; minimaal 1 jaar hier om aan te sterken, op adem te komen en gevrijwaard te blijven van geweld in alle vormen. Rust, veiligheid en gezondheid is wat deze kwetsbare groep het hardst nodig heeft. In Syrië worden vrouwen zelfs in de vluchtelingenkampen voor de ogen van hun kinderen verkracht door zogenaamde ordebewakers en indringers. Daar helpt ook geen dubbeltje van giro 555 tegen!
Breng de mensen onder in een vluchtelingenkamp in Nederland, België en Duitsland bijvoorbeeld, start meteen met psychische ondersteuning, voor de kinderen elke dag sport en onderwijs in eigen taal en het Nederlands zodat ze sneller hun trauma’s kunnen verwerken. Spreek met elkaar af dat dit programma minimaal 1 jaar en maximaal twee jaar duurt.
Als die kinderen, die de latere volwassenen van Syrië zijn positief terugdenken aan hun Nederlandse (Europese) tijd waar goed voor hen werd gezorgd is dat de beste langetermijn investering die je kan bedenken. Het verruimt de brede blik ( christenen zijn kennelijk toch zo slecht nog niet, net zo min is democratie) en je weet zeker dat het geld goed en direct aan de doelgroep wordt besteed.

Hoe verpruts je een workshop?

•7 februari 2013 • Geef een reactie

Vanochtend was ik bij een workshop: Facebook voor zakelijk gebruik. Als beginnende gebruiker van facebook, ook voor mijn zakelijk leven, wilde ik méér weten en vooral méér leren.
Jammer genoeg was de workshop voor het grootste deel een teleurstelling en dat was te voorkomen geweest! Als deskundige op het gebied van presenteren en communiceren geef ik hieronder een paar voorbeelden waarom de workshop niet goed was en hoe het anders had gekund. Ik noem niet de naam van het bedrijf en de jonge ondernemers die de workshop gaven. Het is mij er niet om te doen om ze publiekelijk de maat te nemen. Uiteraard heb ik deze informatie wel persoonlijk met ze gedeeld.

Workshop betekent doen!
Zoals de naam letterlijk al aangeeft: er moet gewerkt worden tijdens een workshop. Dat betekent dat je dus niet twee uur lang iets vertelt, ondersteund door het laten zien van een paar sites via een beamer. Dat is een presentatie. Als je een workshop geeft laat je de deelnemers iets doen, iets uitproberen zodat ze  vooral al doende iets leren. Dat gebeurde nu niet waardoor de verwachting die door de aankondiging werd gewekt, niet werd waargemaakt.

Less is more!
Aan het begin van de presentatie kregen we een lijst met thema’s te zien waar het die twee uur over zou gaan. Dat was een hele waslijst! Ik voelde al meteen aan dat die lijst (met 15 aanwezige deelnemers) niet afgewerkt kon worden binnen dat beperkte tijdsbestek. En inderdaad, dat lukte ook niet. Hou het dus compact. Liever iets minder thema’s en dan goed, dan een hele lijst die je niet afkrijgt. Je geeft je deelnemers daarmee ook het gevoel mee dat ze niet alles gekregen hebben ‘waar ze recht op hadden.’

Duo presentatie? P&W is al erg genoeg!
Smaken verschillen natuurlijk maar ik vind een duo-presentatie meestal niets extra’s toevoegen aan het geheel. Als Jeroen Pauw bij P&W zit te praten is ook heel vaak Paul Witteman in beeld die al dan niet geïnteresseerd zit te luisteren. Het kijken hier naar leidt weer af van hetgeen de ander vertelt of vraagt. Ook de organisatie van vandaag gebruikte een duo-presentatie wat op een gegeven moment zelfs storend werkte. De ene man wilde iets gaan uitleggen waarop de ander vaker dan één keer in de reden viel. Of hij vond het nodig om de tussenliggende tijd van het opstarten van een bepaalde voorbeeldsite op te vullen met een eigen-ervaring-verhaal. Na een poosje werd dat zelfs vermoeiend. Niet doen dus. Ons menselijk brein vindt het lastig om steeds heen en weer te switchen tussen verschillende sprekers met elk hun eigen klank en spreekwijze.
Als je presentatie maar twee uur duurt, doe dat dan alleen en laat je desnoods alleen door een ander ondersteunen in het bedienen van de apparatuur.

Ken je doelgroep!
Iedereen die voor een groep staat om iets te presenteren of een workshop te geven, moet vooraf kennisnemen van zijn/haar doelgroep. Dat is belangrijk om te weten wat het niveau is bijvoorbeeld zodat je de informatie goed hierop af kan stemmen. De organisatie van vandaag inventariseerde ter plekke aan het begin van de presentatie wat het niveau van de aanwezige deelnemers was. Helemaal fout! Ten eerste ben je dan te laat; je kan immers je inhoud niet of nauwelijks meer aanpassen. Ten tweede doe je iets in de betaalde tijd van je cliënt. Een voorstel- of inventarisatierondje met 15 deelnemers duurt al snel 15 tot 20 minuten die ten koste gaan van de inhoud. Als deelnemer hoef ik helemaal niet te weten of iemand Marietje heet en wat haar niveau is. Zorg als organisatie ervoor dat je vooraf via de aanmelding of een separate mail vraagt aan de deelnemer wat het startniveau is en wat de verwachtingen zijn. Daarop stem je je inhoud af. Bied na de presentatie of workshop de deelnemers de kans om eventueel te netwerken. Dan kan je alsnog die interessante collega of concollega beter leren kennen.
Wanneer je deze basisregels in acht neemt en je inhoudelijke deskundigheid is gewoon goed, dan zal je ook een tevreden en enthousiaste groep aantreffen die dankbaar is. Dat was vanochtend helaas niet het geval.

 
Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.