“Als het je tijd is, dan is het je tijd.”

•28 april 2018 • Geef een reactie
Een van mijn levensmotto’s die ik vaak uitspreek (want het leven zit vol gevaren waaraan we kunnen sterven) is de zin: “Als het je tijd is, dan is het je tijd.”
Hiermee geef ik aan het te kunnen accepteren dat mijn leven eindig is en dat ik berusting heb met dat onvermijdelijke lot.
Althans dat dacht ik altijd.
Tot een droom deze week.
Doodsvonnis
Ik droomde dat ik in gezelschap was van mensen die mij dierbaar waren, alleen kon ik niet ‘zien’ wie dat dan waren. Ze voelden wel vertrouwd en ik had er een emotionele band mee.
In die droom kreeg ik mijn doodsvonnis te horen: ik had niet lang meer  te leven, hoogstens nog een week of drie. Er was daarna geen sprake van berusting en acceptatie. In tegenstelling: ik was intens verdrietig.
Ik huilde aan een stuk door, zocht troost bij dierbaren die me echter ook niet troosten konden want het was overduidelijk voelbaar: dit lot moest ik helemaal alleen dragen.Wat nu zo’n indruk op me gemaakt heeft zijn niet zo zeer de feiten uit de droom, maar het gevoel dat ik erbij had. Ik voelde iets wat ik in mijn echte leven nog nooit gevoeld had. Het is ook niet goed in woorden uit te drukken. Het was een zeer intens gevoel waarbij het besef van het leven te moeten loslaten overweldigend was. Het veroorzaakte niet alleen een soort paniek bij me maar ook een enorm verdriet.

Eenmaal wakker ben ik eerst in alle rust een wandeling gaan maken om deze indrukwekkende droom te kunnen verwerken. Er was niet alleen een overtuiging van hoe ik in het leven sta aan het wankelen gebracht (want misschien liet me deze droom wel zien hoe ik er werkelijk over dacht…) maar ook de vraag hoe ik iets kan voelen zonder het ooit meegemaakt te hebben, liet me niet los.
Ik bedoel: je kan dromen dat je vliegt, zonder ooit zelf gevlogen te hebben omdat er genoeg (animatie)films zijn (die ik ooit wel eens heb gezien) waarin dit wordt nagebootst. Dat zit dus wel in je geheugen. Maar hoe kon ik voelen wat het met je doet als je daadwerkelijk weet dat je zeer binnenkort doodgaat….? Ik heb wel eens van mensen die terminaal waren gehoord dat dit hun kijk op het leven en hoe ze het leven ervaren rigoureus verandert. Ik kan me er dus iets bij voorstellen. Maar dat is niet hetzelfde als zelf voelen hoe dat is.
Misschien heeft mijn brein in deze droom op een of andere knappe wijze de verbeelding gecreëerd die ik als ‘werkelijkheid’ heb ervaren. Of misschien heeft die Boeddhistische monnik die ervan overtuigd is dat wij allemaal gereïncarneerd zijn en dus ook dingen ‘weten’ die bij een ander leven horen gelijk. Toen hij me dat vertelde kon ik er niets mee, nu twijfel ik…
Advertenties

Je meest dierbare herinnering

•23 april 2018 • 1 reactie

In de zaterdag-bijlage van dagblad Trouw van 21 april 2018 staat een heel interessant artikel over je dierbaarste herinnering.
Wat is je dierbaarste herinnering?

Wetenschapper/promovenda Jacky van de Goor, verbonden aan de faculteit psychologie van de Universiteit Twente deed hier onderzoek naar. Ze stelde aan een geselecteerd gezelschap van zeer diverse mensen met uiteenlopende beroepen de vraag:
‘stel dat je geheugen wordt gewist tijdens de overgang naar het hiernamaals, maar dat je één herinnering mag kiezen die je dan tot in de eeuwigheid krijgt afgespeeld, welke zou dat dan zijn?’
Misschien komt deze vraag je bekend voor; van de Goor haalde hem uit de Japanse film “After Life” maar past hem nu dus toe in haar onderzoek.
Een opvallend resultaat uit dit onderzoek is dat de rode draad in de gekozen herinnering voor de bankier en de dakloze vrijwel identiek is. En dat geldt voor heel veel mensen uit het onderzoek. De grootste groep koos een herinnering die te maken had met verbinding. Verbonden zijn met anderen levert kennelijk de mooiste, meest waardevolle herinneringen op. Nog een ander opmerkelijk detail: zonder uitzondering gaan de dierbaarste herinneringen niet over materiële zaken.

De helft van de onderzoeksgroep koos overigens een zware negatieve gebeurtenis. Dat verbaasde Jacky van Goor nog het meest. “Waarom zou je er in vredesnaam voor kiezen om je dat eeuwig te herinneren? vraagt van de Goor zich af? Maar het antwoord werd al snel duidelijk: zo’n nare gebeurtenis geeft kennelijk een enorm inzicht dat bevrijdend kan werken.
In het artikel staat een aantal hele mooie voorbeelden van uitgekozen herinneringen die men zou willen meenemen. Zoals die van de dakloze die met een vriend in een vrijwel lege kerk zat. Er kwam een vrouw binnen met een kinderwagen, die vroeg of ze wat konden opschuiven. Terwijl bijna alle kerkbanken leeg waren.

Verbonden willen zijn
De voorzichtige conclusie die ik trek (en eigenlijk wist ik dit intuïtief al) is dat wij het gelukkigst zijn als we verbonden zijn met anderen of beter gezegd: als we het gevoel hebben verbonden te zijn met anderen. Dan zou een logische vervolgconclusie zijn dat we het meest te lijden hebben van het niet-verbonden zijn of het gevoel hebben van afgesneden zijn.
En daarmee kom ik bij de eerste strofe van het mooie gedicht van M. Vasalis: Sotto voce

Zoveel soorten van verdriet,
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.

fullsizeoutput_33c
Weet jij welke herinnering jij zou kiezen om voor eeuwig mee te nemen?

De Boze Man

•22 mei 2017 • 1 reactie

We zijn er weer een tegengekomen vandaag!
De Boze Man!

W en ik wandelden vandaag heerlijk relaxt over het plateau van de Waterslei, de Kollenberg en het gebied rondom de Waneberg in Zuid Limburg toen we plots een man voor ons zagen staan van een jaar of 65-70. Gekleed in zo’n kaki zijkant-zakkenbroek, kaki petje op, kleine verrekijker op de borst, grote stok in de handen én een niet aangelijnde grote herdershond bij zich.
Wij kwamen net uit de bossen en hij stond pal voor ons op het plateau. “Ah! ” zei de man, “ik dacht al dat ik iets verdachts hoorde en dat jullie weer van die lui waren.”
Dat hij ons hoorde aankomen lijkt me logisch want we liepen door het bos en meestal kraakt er dan iets onder je voeten en zo….
De man stak meteen van wal, ervan uitgaande dat wij op zijn verhaal zaten te wachten.

“Jullie weten zeker niet (aanname) dat dit hier een beschermd natuurgebied is en dat er van die mensen zijn die hier alles kapot maken!” Wij keken verbaasd naar de man. Voor alle duidellijkheid; we liepen door een openbaar, voor iedereen toegankelijk gebied.

Zijn adem ging hoog zitten, hij raakte zelfs buiten adem van boosheid. Zo maar, door te vertellen wat hij kennelijk kwijt wilde.
“Er worden hier reeën gestroopt (wist ik) en dassenburchten vernield (wist ik ook) en rotzooi achtergelaten (weet ik want gebeurt overal) en, besloot hij zijn tirade: “jullie weten zeker ook niet, nee dat weten jullie niet, dat dit hier de Ecologische Hoogstructuur is!!”

Oei, irritatiegrens was bij mij nu bereikt. De ecologische hoogstructuur, …..jaren ben ik ermee bezig geweest met wijlen Huub Bemelmans en andere prominenten van diverse natuurorganisaties en nu beweert meneer Pannenkoek stellig dat we er niets van zullen weten. Het was niet eens die irritante betweterige aannames van hem die mij het meest stoorden maar zijn boze houding met zijn zelfbenoemde maar compleet misplaatste status van natuurbeschermer. Met zijn loslopende hond!!

Ik probeerde het eerst nog op de intelligente en rustige manier: “Meneer wáárom denkt u eigenlijk dat wij hier niets van weten? Vanwaar die aanname?” Maar meneer had het te druk met zijn boosheid. Hijgend ging hij verder (steeds bozer wordend)
“Moet u eens luisteren mevrouw,” priemend met zijn stok in mijn richting. Zijn herdershond kwam ook al steeds dichterbij…
“Weet u wel wat hier allemaal gebeurt door van die lui die (en daar is ie dan eindelijk) :
HIER HELEMAAL NIETS TE ZOEKEN HEBBEN!”
“Weet u (weer priemende stok) dat wij mensen die wat hier wonen (Germanisme) foto’s maken van mensen die op bankjes zitten met datum , tijdstip en coördinaten en dat wij die op de whats-appgroep zetten met de rotzooi erbij die ze achter hebben gelaten en….

Voor mij was de grens nu bereikt! Ik kon dit niet langer aanhoren dus zei met iets meer kracht in mijn stem: “Meneer u neemt nu wel anderen de maat maar u bent zelf in overtreding met die loslopende hond van u. Die hoort aangelijnd! ”

Dat was een confrontatie die de Boze Man niet had zien aankomen. Hij hapte naar adem, werd woedend en agressief kwam hij op me af. “Ja, ja u bent nu wel erg bijdehand he? Dat kunt u wel he, bijdehand zijn?!”
Ik: “Dat is niet bijdehand maar realistisch. Loslopende honden zijn in dit gebied ongewenst, zeker in broedtijd en u overtreedt dus de wet en loopt risico zelf bekeurd te worden.”  Toen schreeuwde de zelfbenoemde natuur-opsporingsambtenaar : “Inderdaad, dat risico neem ik dan maar!!”

Kijk zo rollen dit soort types dus. Ze zitten vol argwaan en boosheid, willen het liefst het hele natuurgebied voor zich alleen, gunnen de ander niets en zien in alles en iedereen een verdachte behalve in zichzelf. Hét prototype van De Boze Man!

Ik zei tegen hem dat ik hem agressief vond en dus daarom niet langer tijd met hem wilde verspillen. “Ja ik ben agressief, heel agressief”, schreeuwde hij. W en ik draaiden ons om en liepen weg.
Hij riep me nog na: “weet je dat hier pas nog een dode is gevonden!!” Jammer dat jij het niet was, wilde ik terugroepen maar hield maar m’n mond. Mensen die andere, voor hen volstrekt vreemde mensen die op een bankje zitten te genieten, stiekem fotograferen en als verdachten online zetten zijn tot alles in staat. Geef ze laarzen en ze marcheren weer, was wel mijn gedachte. Wat een treurigheid.  

De multi-dimensionaliteit van verdriet

•12 april 2017 • Geef een reactie

april 2017

Als je iets verdrietigs meemaakt waardoor je moet huilen, is de kans groot dat het verdriet dat je op dat moment ervaart niet alleen te maken heeft met het actuele feit, maar met eerdere opgedane ervaringen.
Misschien heb je dit zelf ook al eens ervaren, op een begrafenis bijvoorbeeld van een kennis of collega waar je emotioneel gezien niet eens zo héél dichtbij stond maar op wiens begrafenis je hartstochtelijk moest huilen. Die begrafenis is dan de katalysator die meerdere lagen van eerder opgedaan verdriet ontsteekt of opnieuw opwekt.
Een heel duidelijk voorbeeld hiervan was de reactie van onze vroegere huishoudster op de dood van haar man. Ze huilde onophoudelijk, zeer hartstochtelijk, de hele dag onafgebroken. Een van de aanwezige gasten concludeerde daaruit hardop dat hij  “wel haar grote liefde moest zijn geweest,” waarop zij enigszins fel reageerde dat dit niet het geval was.  Om vervolgens ontroostbaar verder te gaan met huilen.
Wat ik echter meende te zien, (ik was waarschijnlijk de enige in het gezelschap met kennis van wat haar in het verleden was overkomen) was haar onuitsprekelijk en onverwerkt verdriet van vroeger. Ze was als jonge vrouw gevlucht uit het bezette voormalige Tsjechoslowakije nadat Russische soldaten haar vader voor haar ogen hadden doodgeschoten en vervolgens haarzelf, haar zus en haar moeder hadden verkracht. Eenmaal in Nederland was ze min of meer uit dankbaarheid getrouwd met de man die zich als eerste over haar ontfermde en die nu dus overleden was.
Ik zag haar verdriet, haar oud en nieuw verdriet; het multi-dimensionele ervan.

De kou en de dood

•4 december 2016 • 1 reactie

Vijf jaar geleden was ik in het noorden van Lapland om daar een trektocht te maken van hut naar hut met een eigen roedel sledehonden. Het was er erg koud. Overdag rond de -35 graden en in de ochtend en tegen de avond -40.
Staand op de slede, glijdend over veel open vlaktes met felle wind was het qua gevoelswaarde nog kouder. Daar moest ik vanochtend aan denken tijdens een korte wandeling. Niet dat het weer net zo koud was natuurlijk. Temperaturen van -40 graden worden in Nederland (gelukkig) niet eens behaald.

Wat kou met je doet
Waarom ik vanochtend dan toch aan deze gebeurtenis moest denken komt doordat er iets heel bijzonders aan de hand was. Tijdens de urenlange tocht over de bevroren meren van noord Lapland kwam de gedachte aan de dood sterk bij me op. Niet alleen bij mij zo bleek achteraf maar bij alle vier de deelnemers.

Het is lastig te verklaren wat er precies gebeurde maar door de extreme weersomstandigheden voelde ik heel duidelijk de nietigheid en kwetsbaarheid van mezelf. Vergeleken bij de enorme krachten van de natuur is de mens maar een nietig, broos wezentje. Je beseft tijdens zo’n rit heel duidelijk hoe kwetsbaar je bent.
Ik dacht niet alleen hoe gevaarlijk het er eigenlijk was maar het leek alsof er een soort aangeboren ‘angst’ voor extreme kou in mijn hersenen zat. Eenmaal aangekomen bij de trekkershut bleek dat we alle vier, onafhankelijk van elkaar, sterk aan de dood hadden gedacht tijdens deze barre tocht die dag!

Oerbrein
Natuurlijk werden onze gedachten ook beïnvloed door de instructies vooraf door onze begeleider. Hij waarschuwde ons nadrukkelijk goed op te letten niet te vallen, niet de slede los te laten en af en toe op de slede te steppen zodat je een beetje in beweging bleef. Bij een calamiteit kon hij via zijn satelliettelefoon een helikopter laten komen maar voordat deze zou arriveren was je in het ongunstigste geval al doodgevroren. Ondanks deze feiten spraken we allemaal toch meer over een soort onverklaarbaar ‘gevoel’ betreffende de dood dan over gedachten aan de dood.
Eenmaal thuis heb ik er wat literatuur op nageslagen en volgens de deskundigen bevat ons brein een soort aangeboren angst voor extreme kou omdat dit voor elk zoogdier tot de dood kan leiden. Die ‘oerangst’ zit dus nog altijd in ons brein anno 21-ste eeuw zoals ook andere ‘oerangsten’ bijvoorbeeld de angst om verstoten te worden. Dat verklaart ook het blije, gelukzalige gevoel als je vanuit de kou in een warm huis binnenstapt. Weg van het gevaar, terug in de warme veilige grot

Medicijnenmaffia

•14 april 2015 • Geef een reactie

Ik geef het toe: de titel ‘medicijnenmaffia’ is allesbehalve origineel. Maar hij geeft wel feilloos aan hoe ik erover denk. Ik kan me vreselijk boos maken om deze farmaceutische maffiawereld maar misschien is dat nou net de bedoeling want het is erg ongezond om je te ergeren en dan heb je weer medicijnen nodig enz….
Wat is er gebeurd? Ik krijg een rekening voor een medicijn. In totaal bijna 20 € maar waar ik me aan erger is dat er 6,46 € van dit bedrag in rekening wordt gebracht voor een zogenaamd “adviesgesprek” door de apothekersassistente bij uitgifte van het medicijn.
Je voelt hem al aankomen….dat gesprek heeft nooit plaatsgevonden. Het enige dat er tegen me gezegd werd was: “wee kin ich helpe?” (vertaald: wie kan ik helpen?) en na het afgeven van het recept en na héél lang wachten: ‘driej moal daags inbrenge” (vertaald: drie keer per dag inbrengen)

Dat is alles behalve een adviesgesprek aangezien het hier ook nog eens een medicijn betrof dat in de neus ingebracht moest worden en dát had de assistente er niet bijgezegd laat staan dat ze vroeg naar ander medicijngebruik en of ik ergens allergisch voor ben. Dus: zonder mijn fijne en deskundige huisarts die mij dit medicijn had voorgeschreven en die mij had gevraagd of ik ergens allergisch voor was of andere medicijnen slikte op dat moment én die erbij had verteld: ‘drie keer per dag in de neus inbrengen’ had ik als niet-voorgelichte, ondeskundige, volledig ontoerekeningsvatbare domme patiënt dit medicijn ongetwijfeld in mijn achterwerk gespoten!! Of nog erger: in de overige lichaamsopeningen!!
Je leest het goed: ik ben pissig (maar daar was het medicijn niet voor).
Uiteraard ga ik meteen na het ontvangen van de factuur op zoek naar verdere onderbouwing van deze afpersingspoging en dus tref ik op de site van Salland Zorgdirect de uitleg aan dat het medicijn echt niet duurder wordt door de kosten van dit ‘adviesgesprek’. Nee, dom onwetend patiëntje; hoe kom je er bij! Het medicijn kost gewoon 20 euro en die kosten zijn nu alleen maar opgesplitst zodat wij domme onwetende afhankelijke patiëntjes ook daadwerkelijk kunnen zien waar al die dure centjes die wij kosten aan worden besteed!

Mooi dus niet! Even googlen leverde het inzicht op dat mijn medicijn 11,16 € kost. Op internet zo te bestellen voor die prijs. De door de apotheek in rekening gebrachte kosten bevatten dus wel degelijk 6,46 € voor een adviesgesprek waar nog geen ‘goedemorgen mevrouw’ in besloten lag.
Ik ben er wel echt helemaal klaar mee met die medicijnenmaffia! Ik betaal dat onderdeel dus ook niet, niet vanwege de kosten maar het principe. De apotheek in m’n dorp heeft het zelf hiermee verprutst; ik bestel de volgende keer het medicijn gewoon op internet. Dan krijg ik in ieder geval nog die ‘goedemorgen mevrouw’ van de postbode!

Zorgvuldige pers is bittere noodzaak

•3 januari 2014 • Geef een reactie

Op social media zoals Twitter wordt al sinds 31 december druk getweet over een artikel in Dagblad de Limburger en het Limburgs Dagblad van een zekere Dautzenberg die schrijver, dichter en letterkundige Wiel Kusters beschadigt met gelogen citaten. Om een lang verhaal kort te maken: Kusters accepteert dit niet en haalt verhaal bij de hoofdredactie die op haar beurt bij monde van Han Brinkman laat weten het gebeuren als een soort literaire vrijheid te zien. Fictie en feiten mogen in een opiniebijdrage of literaire bijdrage gerust door elkaar lopen aldus Brinkman die ook nog vindt dat de lezer wel in staat is beiden van elkaar te onderscheiden.

Daar doet zich (bij mij althans) al het eerste probleem voor: Dautzenberg ken ik niet, evenmin zijn publicaties (maar ik geloof dat ik daar niet erg rouwig om moet zijn); Kusters ken ik wel maar het gewraakte boek: ‘In en onder het dorp’ heb ik (nog) niet gelezen. Dus: hoe zou ik in hemelsnaam als lezer van de krant het verschil moeten kunnen zien tussen de uitspraken van Dautzenberg en hetgeen er werkelijk in het boek van Kusters staat? Wat is fictie en wat zijn de feiten?
De hoofdredactie gaat er gemakshalve van uit dat óf de lezers allemaal het boek van Kusters gaan of hebben gelezen óf indien dit niet het geval is, men het amusant vindt, weet te waarderen dat er volstrekte onzin in een artikel wordt verteld waarbij karaktermoord wordt gepleegd op een bekende Limburgse schrijver.

Gebrek aan lef
De reacties van de hoofdredactie die na aandringen van Kusters zelf in de krant verschenen getuigen niet erg van lef. Zie ook het blog van Wiel Kusters Dan kan je natuurlijk als krant verwachten dat je de hoon over je heen krijgt, zeker als je zelf via een naar mijn smaak te zwaar ingezette slogan: “Stop de moord op het Limburgse woord” draagvlak onder je lezers probeert te krijgen voor behoud van de krant. Van de ene kant steun vragen bij je lezers en van de andere kant die lezer niet serieus nemen door nonchalant de schouders op te halen als hij door een vals artikel volstrekt op het verkeerde been wordt gezet.
Het is niet de eerste keer dat de hoofdredactie laat zien gebrek aan durf en lef te hebben. Zo was er in december 2011 een Sittardse wethouder die met wat drank te veel op een minikerstboompje uit een kroeg aan de Markt wilde naar huis wilde nemen. De kroegbaas was daar niet van gediend en volgens de geruchten ontstond er een forse woordenwisseling of erger. Journalist Laurens Schellen werd ervan op de hoogte gebracht en deze schreef er een artikel over dat klaar stond om gepubliceerd te worden. Echter onder druk van buitenaf (wie dat was laat ik maar even in het midden) is het artikel niet gepubliceerd en betreffende journalist werd te kennen gegeven dat hij hierover vooral zijn mond moest houden hetgeen ook gebeurde. Waarom is dit kwalijk? Niet vanwege het gedrag van die wethouder, daar gaat uiteindelijk de gemeenteraad over. De man had wellicht na het aanbieden van zijn excuus clementie gekregen. Maar het kwalijke is dat de vrije pers zo vrij kennelijk niet is en men zich laat manipuleren.

Onzorgvuldig
Het hele voorval van publicatie van Dautzenbergs artikel toont ook gebrek aan zorgvuldigheid. Ik heb dit zelf ook ervaren bij publicatie van een opinie van mijn hand over het ‘gedoe’ bij GroenLinks. Ongevraagd werd er iets aan toegevoegd dat een andere klank of betekenis gaf aan het geheel! Waar ook nu de hoofdredactie aan voorbij gaat is de macht van de krant en het effect van imagoschade. Er wordt hier veel te gemakkelijk over gedacht onder het mom van: ‘de dag erna wordt de vis ermee ingepakt’. Valse beschuldigingen en onjuiste weergaven van de feiten kunnen een persoon of bedrijf zoveel schade berokkenen dat men er jaren last van heeft of er nooit van loskomt. Daarom betreur ik het eveneens dat de vroegere  goede gewoonte om onder ingezonden brieven met onjuiste beweringen een naschrift van de redactie te plaatsen, is afgeschaft. Als je je naam en adres er maar onder zet kan je onder het mom van vrije meningsuiting een ander van van alles en nog wat beschuldigen ongeacht of het juist is of niet.
Natuurlijk handelen niet alle individuele journalisten onzorgvuldig of hebben ze een gebrek aan lef. Gelukkig zijn er ook die het tegenovergestelde tonen, ook die ervaring heb ik. Maar ook zij handelen onder verantwoordelijkheid van de hoofdredactie en wanneer deze, zoals in geval van de publicatie van Dautzenbergs artikel, een laakbare houding aanneemt en geen zelfreinigend vermogen toont hebben niet alleen de lezers maar ook de goede journalisten daar onder te lijden en daarmee de hele krant.